De Whaddon MK7 of PARASET.
Dit
is een door mij gebouwde werkende replica van de beroemde
Whaddon MK7 zendontvanger die in 1941 in grote aantallen
gebouwd werden in Whaddon Engeland om gebruikt te worden
door het verzet en geheimagenten tijdens de 2e
Wereldoorlog.De zendontvanger is beter bekend geworden
onder de naam "PARASET" omdat ze per parachute
gedropt werden
al dan niet tegelijk met een geheimagent.
Om de spanning van de geheimagenten te voelen en om te
ervaren hoe het is om met een eenvoudige PARASET
onder moeilijke omstandigheden verbindingen te maken, heb
ik deze replica gebouwd.
Door met
deze replica zelf radio verbindingen te maken met
Engeland en andere landen, wil ik ook de
geheimagenten en het verzet eren en bedanken voor hun
heldenmoed.
Uit eerbied valt nog te vermelden dat de PARASET's veel
mensenlevens hebben gered maar ook veel mensenlevens
hebben gekost. Wie tijdens het zenden door de vijand werd
gepakt werd onmiddellijk terechtgesteld.
Om de zender een authentieke uitstraling te geven is het
kistje gemaakt van hout afkomstig van een leeg wijnkistje
dat me vriendelijk ter hand werd gesteld door een
medewerker van supermarkt Colruyt.
*****
De geschiedenis.
De Parasets werden gebouwd in Whaddon
Engeland door een afdeling van de Special Operations
Executive afgekort SOE een onderafdeling van de bekend
MI6. Ze werd opgericht om geheim agenten, voorzien van
o.a. een zendontvanger, te droppen achter de vijandelijke
linies in Frankrijk, België, Nederland en Noorwegen en
mogelijk nog andere landen.
 |
De
eerste PARASET's werden gefabriceerd in een
antiek reiskoffer zoals is te zien op de
afbeelding. In de koffer zat ook de adapter om de
set zowel op het stroomnet te laten werken als
ook op een 6 Volt accu. Tevens zaten in de koffer
enkele reserve radiobuizen, een koptelefoon en
een aantal kristallen om op verschillende
frequenties te kunnen werken. Het viel Duitse
bezetters echter al heel snel op dat iemand die
met een reiskoffer over straat liep een
zendontvanger transporteerde, met gevangenneming
en de verdere bekende ernstige gevolgen. Daarop
is men later de PARASET in een los kistje gaan
fabriceren, eerst van hout zoals in de replica en
later volledig van metaal.
De bezetter herkende op den duur niet alleen de
geheimagenten aan de koffers maar ook aan hun
kleding in Engelse snit. Ook daar moest de SOE
toen iets aan doen.Er werden
door de SOE ook nog andere modellen
zendontvangers gefrabriceerd die wat groter waren
en er wat anders uitzagen. Maar de PARASET is met
zijn kleine afmetingen en charmante uitstraling
zo bij radioamateurs in de smaak gevallen dat
veel amateurs over de hele wereld van de PARASET
een werkende replica gebouwd hebben. Of hebben
een authentieke PARASET uit de oorlog op een
verlaten zolder gevonden en het fascineert om met
Morse telegrafie radio verbindingen over de hele
wereld te maken en zo bij te dragen aan de
plannen om de Morse telegrafie tot cultureel
erfgoed te verklaren (plannen 1917).
|
| Originele uitvoering uit 1941 |
|
Hoe werkt een PARASET en hoe wordt
hij bediend?
De PARASET bestaat slechts uit drie
radiobuizen (lampen) in metaal uitvoering 1 x 6V6 voor de
zender en 2 x 6SK7 voor de ontvanger. De zender levert
ongeveer 5 Watt aan de antenne. Dat is voldoende om
verbindingen te maken door heel Europa en ook daarbuiten
als de atmosferische omstandigheden gunstig zijn. De
zender is zo geconstrueerd dat zeer uiteenlopende
antennes gebruikt kunnen worden omdat de geheimagenten
zich meestal moesten behelpen met zeer provisorische
antennes die snel op te bouwen waren en ook weer snel af
te breken. Soms werd als antenne de waslijn gebruikt of
een stuk draad aan het plafond of onder het tapijt. Op
twee eenvoudige fietsachterlicht lampjes kon afgelezen
worden of de zender goed afgesteld was om zijn maximale
energie te geven. De zender heeft een ingebouwde
seinsleutel om de Morse tekens te zenden.
De ontvanger is van het regeneratieve type, ook wel
teruggekoppelde detector genoemd. Dit type ontvanger werd
in 1912 uitgevonden door Edwin Armstrong die werkzaam was
aan de universiteit van Columbia Amerika. Een
regeneratieve ontvanger is zeer eenvoudig van opzet, maar
het mag gezegd zijn, tegelijk ook nogal moeilijk in zijn
bediening. Daarom komt de geheimagenten des te meer eer
toe dat ze hiermee succesvol konden werken. Niettemin
zijn regeneratieve ontvangers in de begintijd van de
radio en ook later zeer populair geweest. Eén van de
redenen daarvoor was dat radiobuizen in die tijd nog zeer
duur waren en voor een regeneratieve ontvanger maar één
radiobuis nodig was. Ondanks zijn eenvoud is een
regeneratieve ontvanger zeer gevoelig en selectief. Dat
is het vermogen om dicht naast elkaar liggende zenders te
scheiden. Waar haalt een regeneratieve ontvanger deze
eigenschappen vandaan? Bij een regeneratieve ontvanger
wordt het signaal dat er uit komt gedeeltelijk weer
teruggevoerd naar de ingang, in het Engels ook wel
aangeduid met "feedback of reaction". Misschien
een beetje vergelijkbaar met de turbo in een auto. Het
niveau van het teruggevoerde signaal wordt zo ingesteld
dat de ontvanger simpel gezegd bijna op hol slaat en op
het punt staat om zelf als zender te gaan werken omdat
hij zelf gaat oscilleren. Doordat de ontvanger dan de
neiging krijgt om het afgegeven signaal steeds weer
opnieuw te versterken wordt de gevoeligheid en de
selectiviteit vele malen vergroot. Tot zover alles
positief, maar wat maakt de bediening dan zo moeilijk?
Een Amerikaanse professor in de elektronica noemde het
een "Two hands needed receiver" Dat
houdt in dat er twee handen tegelijk nodig zijn om de
ontvanger af te stemmen. Eigenlijk zelfs drie, maar dat
is lastig.
 |
In
de afbeelding is zeer eenvoudig het principe van
een regeneratieve ontvanger weergegeven. Om de
ontvanger de juiste hoeveelheid feedback te geven
voor de optimale werking zijn er twee
regelknoppen nodig, vandaar de "Two
hands". In de afbeelding hiernaast zijn
deze knoppen te herkennen als R2 en C2. R2 regelt
het niveau van de feedback en C2 regelt de
frequentie waarop we willen ontvangen. Het nadeel
bij een regeneratieve ontvanger is echter dat
beide regelingen zeer interactief zijn. Dat wil
zeggen dat ze elkaar zeer sterk beïnvloeden.
Hierdoor ontstaat dat wanneer aan R2 wordt
gedraaid om de feedback in te stellen ook de
frequentie licht verandert en vice versa. Ook C1
die regelbaar is en ervoor moet zorgen dat de
antennegoed werkt, werkt interactief, vandaar de "drie
handen" |
Behalve deze nadelen is er nog ander
nadeel dat bij het gewone gebruik van een regeneratieve
ontvanger niet zo groot is, maar voor de geheimagenten
een groot gevaar opleverde. Dat is namelijk dat de
ontvanger ook als zender werkte als hij is ingesteld om
Morse telegrafie signalen te ontvangen waarbij hij
noodgedwongen moet oscilleren om de signalen hoorbaar te
maken. Dat hield in dat de geheimagent opspoorbaar was
ook wanneer hij zelf niet aan het zenden was. Of de
ontwerpers van de PARASET hiervan op de hoogte waren is
mij niet bekend. Behalve dat de vijand probeerde de
geheimagent uit te peilen sloten ze ook straatgewijs het
lichtnet even af. Wanneer het zenden dan plotseling
ophield wisten ze al in welke straat de geheimagent zat.
Althans wanneer hij niet op de accu werkte maar op het
lichtnet.
Het
schema:
De transceiver bestaat slechts uit drie buizen waarvan
een buis 6V6 voor de zender en twee buizen 6SK7 voor de
ontvanger. De eerste
6SK7 is geschakeld als teruggekoppelde detector en de
tweede als laagfrequent versterker. De zender is kristal
gestuurd voor de stabiliteit.
Het ontvangstbereik loopt van 3.0 MHz tot 7.6 MHz en
omvat daarmee de 40 en 80 meter band. Het zendbereik is
in twee gedeeld met een omschakelbaar bereik van 3.3 MHz
tot 4.5 MHz en een bereik van 4.5 MHz tot 7.6 MHz.
Het tunen (afstellen) van zender moet gebeuren door
m.b.v. de Arialtuning en Tanktuning knoppen de indicator
lampjes maximum licht te laten geven. Bij voorkeur moet
het lampje van de Arialindicator het meeste licht geven.
Het afstemmen van de ontvanger moet gebeuren met de
Receivertuning en de Reaction knoppen. Om Morse (CW)
signalen hoorbaar te maken moet de teruggekoppelde
detector met de Reaction knop net over het punt met de
gevoeligste ontvangst afgesteld worden zodat hij zwak
gaat oscilleren. Dit punt is hoorbaar wanneer het
ruisniveau plotseling toeneemt.
Door het noodzakelijk oscilleren wordt echter ook een
zwak signaal via de antenne uitgezonden ook wanneer de
transceiver op ontvangst staat. Waardoor de geheimagent
uitgepeild kan worden met gevaar voor eigen leven als hij
door de vijand opgepakt wordt.
Voor het afstemmen en tunen is enige ervaring
noodzakelijk omdat de afstelling van beide knoppen elkaar
beïnvloeden. M.a.w. door de Reaction te verstellen
verandert niet alleen de terugkoppeling maar ook in meer
of mindere mate de ontvangst frequentie en vice versa.
Eveneens is de antenne lengte en opstelling van invloed
op beide instellingen.
De transceiver beschikt niet over een zogenaamde sidetone
die het mogelijk moet maken om de zelf uitgezonden Morse
tekens zelf te horen waardoor het seinen met de
seinsleutel gemakkelijker kan worden. Een goed getrainde
operator kan echter ook zonder sidetone probleemloos
Morse code zenden. Uit veiligheid moesten de
geheimagenten bewust afgespoken fouten seinen, zoals
bijvoorbeeld elke zestiende letter fout seinen, de zo
genaamde "security check". Zodat het
hoofdkwartier in Londen wist dat ze niet in gevangenschap
onder dwang van de vijand seinden.
De frequentie uitlezing voor de ontvanger gebeurt met een
grafiek waarop a.d.h.v de 0 tot 100 schaalverdeling van
de grote receiver knop de frequentie is af te lezen, die
echter door de interactie van de genoemde knoppen niet
altijd exact is. Wat het extra moeilijk kan maken voor de
operator om snel genoeg op de juiste frequentie van het
tegenstation te gaan zitten.
Een en ander maakt het duidelijk dat een geheimagent
operator liefst goed getraind moest zijn om niet langer
als nodig met de transceiver bezig te moeten zijn om niet
ongewenst in de handen van de vijand te vallen.
|